Home About ASHGI, Inc. Genetics Information Current Research Recommended Reading Links

Aussie Genetics Fact Sheet: Cataracts

by C.A. Sharp

Cataract is de meest voorkomende oog afwijking bij Australische herders. Ze kunnen ook door andere redenen ( andere ziektes, ongeluk) voorkomen, maar deze redenen zijn niet normaal en men moet er niet vanuit gaan dat, zonder duidelijk bewijs, dat een reden is voor cataract.

Erfelijke cataract is bilateraal, wat betekent dat het in beide ogen voorkomt, maar misschien niet op dezelfde tijd: Als er cataract geconstateerd is in 1 oog dan is het verstandig om na 6 maanden nog eens te testen om te kijken of het andere oog ook niet aangetast is. Cataract is progressief, beginnend als klein en ondoorschijnend en verloopt soms tot aan een troebele lens waardoor het zicht beperkt word waarna alleen een onderscheid gemaakt kan worden tussen licht en donker. Cataract is niet pijnlijk voor de hond en normaal gesproken is het verloop langzaam genoeg voor de hond om aan het zicht verlies te wennen. Bij Aussies komt cataract nagenoeg niet bij puppies voor. Honden die aangetast zijn laten verschijnselen zien tussen de 1.5 en 3 jaar, maar kunnen ook pas iets laten zien bij 7 of 8 jaar oud. Deze grote variatie in leeftijd zorgt ervoor dat de ziekte erg moeilijk te voorspellen en te voorkomen is.

Cataracts worden ingedeeld in waar ze in de lens voorkomen. De lens is rond als je hem bekijkt van voren of van achteren, het dikste in het midden en toelopend naar de buitenkant. De voorkant word anterior genoemd, de achterkant posterior. De binnenkant is de kern; omgeven door de cortex, en de buitenste ( ronde ) rand is het lenskapsel. Het centrum van de lens is de polar area. Dus als een hond posterior polar cortical cataract heeft dan vormt de cataract zich aan de achterkant ( posterior ) in het centrum ( polar) van de buitenste laag ( cortex) Daar is waar bij de meeste Aussies de cataract begint.

De mate van erfelijkheid lijkt dominant voor te komen met incomplete penetratie, wat betekent dat niet elke hond met de afwijking cataract krijgt. Het varieert ook enorm met de leeftijd waneer het voorkomt. Het is mogelijk dat het bij honden die mogelijk de afwijking hebben of zouden krijgen nooit naar voren komt omdat ze al gestorven zijn of omdat de eigenaar geen ogentest meer doet voordat de cataract zichtbaar werd.

Alle fokdieren moeten jaarlijks bij een ECVO arts getest worden. Geaffecteerde dieren mogen niet voor de fok gebruikt worden. Als ze al nakomelingen hebben voor de diagnose, moeten de eigenaren van deze nakomelingen op de hoogte worden gebracht. Ouders, nestgenoten en nakomelingen van een geaffecteerd dier moeten met zorg gebruikt worden voor de fok, nooit gekruist met hun familie of met lijnen waarvan bekent is dat er cataract voorkomt.