Home About ASHGI, Inc. Genetics Information Current Research Recommended Reading Links

Aussie Genetics Fact Sheet: Genetisch schone lijnen

by C.A. Sharp

Honden hebben rondom de 100.000 paar genen. Elke hond heeft 4 of 5 “fatale equivalenten”. Een fatale equivalent is een gen, dat waneer deze samengevoegd wordt met eenzelfde gen, dit resulteert in de dood van een dier. Alle honden hebben ook een variatie van genen met een code voor minder ernstige ziektes en ongemakken Met die wetenschap in het achterhoofd bestaat er geen compleet “schone” hond of lijn.

Een lijn kan wel “schoon “zijn van een bepaalde afwijking waneer deze afwijking nog nooit voor gekomen is. Bijvoorbeeld, gebaseerd op informatie van de auteur over Collie Eye Anomaly kan ze zeggen dat de meeste werklijnen “schoon “zijn van die ziekte. Het ras is algemeen genomen “schoon “van PRA omdat het weinig voorkomt.

Elke lijn heeft sterke en zwakke punten.
Bijvoorbeeld: Een lijn staat bekent om zijn koehakkigheid. Dat is een genetisch probleem in die lijn. Het is geen ziekte of groot defect, maar het is een fout en word vererft. Hoe meer inteelt in een lijn, hoe meer kans dat er een serieus probleem aan het licht komt .Bij inteelt worden niet alleen maar goede genen ,die de fokker wil zien, dubbel vererft maar ook de slechte genen .
Bijvoorbeeld: Het nest met pups welke ons de kennis gaf over het vererven van CEA was een inteelt nest, het ging regelmatig terug naar dezelfde kruising.

Er van uitgaande dat er geen lijn 100% “schoon “is, wat moet je als fokker doen? Met jouw fokdoel in gedachten ( type, structuur, beweging, temperament, beweging enz . ) kijk je naar partners uit een familie die sterke punten heeft waar jouw lijn slechte punten heeft. Dit betekent niet 1 individu bekijken, maar zoveel mogelijk informatie krijgen over de gehele familie.

De status weten van ogen, heupen, ect. van fundamentele fokdieren kan helpen, maar alleen waneer een huidige hond ( soms 10 generaties later) vele malen terug gaat naar het fundament dier. Helaas hebben veel van deze fundamentele dieren lang geleden geleefd en zijn overleden voordat er iemand iets controleerde.

Eindeloze discussies over“lelijke kleine werkhond “versus “Stomme nergens voor deugende showhond “ zijn nergens goed voor. Werk en show mensen hebben verschillende doelen. Dat zegt niet dat er een goed of slecht is, of gelijk of ongelijk. Wel is het zo dat er meer erfelijke problemen in show honden voorkomen dan in werkhonden. Dit is niet omdat Show honden fokkers slecht zijn. Maar omdat ze een andere doel en fok strategie hebben.

Fokkers van showhonden hebben meer de neiging tot inteelt of lijnteelt om zo snel mogelijk hun doel te bereiken ( meest zichtbare, makkelijk te bekijken punten) Het gebruik van populaire dekreuen is een feit. Nog maar pas hebben we genoeg geleerd over genen om te begrijpen dat er een keerzijde bij deze strategie is, een strategie waarvan we allemaal dachten dat het de beste was. Als deze kennis bewezen heeft dat het niet de beste manier was, dan zijn de fokkers niet slecht, het betekent dat ze een stap terug moeten doen en een nieuwe strategie moeten bedenken.

Fokkers van werkhonden leggen meer de nadruk op werkvermogen dan stamboom. De veedrijf kwaliteiten waar ze naar zoeken is genetisch gezien erg complex en daarom moeilijk “op te knappen “ met alleen een stamboom. Als resultaat zijn ze minder geneigd tot inteelt en daardoor hebben ze minder kans op “slechte genen” Hun nadruk op buitengewone lichamelijk prestaties sluit dieren uit met een slechte gezondheid, functie of uithouding vermogen. Dingen die niet naar voren zouden komen waneer de hond een minder eisende omgeving zou hebben.

Dit betekent niet dat fokkers van werkhonden “slimmer “zijn. Ze hadden niet meer verstand van genen als hun showhond collega’s. Zij hadden gewoon het geluk dat de selectie die zij maakten minder snel een samenbrengen van slechte genen veroorzaakte.

Als een fokker van showhonden een outcross moet doen om van problemen af te komen en moeilijkheden ondervindt bij het vinden van een partner in de show honden wereld, zou hij naar een werklijn moeten gaan kijken. Dat is een manier om nieuw genetisch materiaal te krijgen en van problemen af te komen. Er zijn genoeg structureel correcte werkhonden. De showhond raakt iets kwijt wat betreft favoriet type, maar dit komt weer terug in 1 of 2 generaties. Bedenk wel dat de puppies geen “werkhonden ‘zullen zijn. Sommige gaan misschien wel werken, maar waarschijnlijk niet volgens de standaard die werkhonden fokkers eisen. Ze mogen dus ook niet als zodanig verkocht worden.

Fokkers van werkhonden zouden niet automatisch een showhonden fokker moeten afwijzen als die geïnteresseerd is in 1 van hun honden. Een werkhond dekreu heeft er niets van de lijden als hij een showhond teef moet dekken.

Fokken is gokken. We kunnen er nooit achter komen wat de status is van elk van de 100.000 genenparen. Onze taak als fokkers, wat je doel ook maar is, is om te voorkomen wat we kunnen wat ziekte betreft, begrijpen wat de gok van het spel is ( stamboom analyse ) en doen wat je kunt om het in jouw voordeel te doen werken met het volledige besef dat je zo nu en dan met de nek aan wordt gekeken.

Vertaald door Anneke de Jong