Aussie Genetics Fact Sheet: Ogen en ECVO
by C.A. Sharp
ECVO testen worden gedaan bij alle hondenrassen voor erfelijke oogafwijkingen in elk ras. Bij de Australische herder, welke als pup getest moeten worden en vervolgens jaarlijks, zijn de meest voorkomende afwijkingen cataract, Colllie Eye Anomaly ( CEA) en Iris colomboma. Minder voorkomend zijn Membrana Pupillaqris Persistens (MPP) en distichaisis. Progressieve Retina Atrofie (PRA), retina dysplasie ( staat los van CEA)en glaucoom komen voor maar zijn niet vaak. Merle occular dysgenesis ( homozygoot merle oog ) komt ook voor. We weten dat dit komt door 2 merles met elkaar te kruisen ,dit probleem is dus gemakkelijk te voorkomen.
Cataract
Een troebeling van de lens. Het meest voorkomend bij Aussies is de posterior polar cataract( achter in het midden van de lens) Erfelijke cataract is bilateraal( in beide ogen) maar hoeft niet op de dezelfde tijd te beginnen. De ziekte kan blindheid veroorzaken. Aangetaste dieren worden meestal rond de 2 jaar ontdekt, maar bij sommigen word het niet eerder ontdekt als op hun 7e jaar. Mate van erfelijkheid is waarschijnlijk dominant met incomplete penetratie.
Iris Colomboma
Een defect van de iris. Komt bijna alleen bij Merle honden voor. Een grote colomboma beperkt de pupil bij het vergroten of verkleinen met als resultaat hinder bij fel licht. Deze afwijking bestaat vanaf de geboorte. De mate van erfelijkheid is onbekend.
CEA
Een verzamelnaam van aangeboren afwijkingen inclusief choroidale hypoplasie ( een ontwikkelingsstoornis van het vaatvlies/ netvlies) optic disc coloboma/ staphloma ( niet complete ontwikkeling van de oog zenuw waar die het oog binnenkomt) en retina dysplasie ( netvliesloslating) Sommige honden hebben in geringe mate een afwijking, maar de honden met grote colobomen of netvliesloslating zijn blind. De afwijkingen die gezien worden variëren per oog maar in beide ogen is wat mis. De ziekte is recessief , als een hond het heeft zijn beide ouders dragers.
MPP
Een vlies die de pupil bedekt ( een gat in het midden van de iris) voor de geboorte en niet helemaal verdwijnt, waardoor er restanten achterblijven. Dit kan iris-op-iris , iris-op-lens of iris-op-hoornvlies verklevingen geven. Iris-op-iris veroorzaakt bijna nooit een zicht probleem tenzij het extreem groot is, maar de andere soorten kunnen vlekken op de lens of het hoornvlies veroorzaken met de kans op blindheid.. De afwijking is congenitaal en de mate van erfelijkheid is onbekend. Jonge puppen waarbij MPP geconstateerd word moeten na 6 maanden nog eens nagekeken worden om te zien of de MPP weg is. Als dit niet het geval is moet er niet met de hond gefokt worden.
Distichiasis
1 of meerdere ooghaartjes die naar het oog toe groeien in plaats van er vandaan. Het kan pijnlijke irritatie van de lens veroorzaken en het kan nodig zijn dat ze door middel van een operatie verwijderd moeten worden. Het kan op elke leeftijd ontwikkelen. De mate van erfelijkheid is onbekend.
PRA, Glaucoma en Niet-retinale dysplasie komen niet veel voor en de mate van erfelijkheid is onbekend. Omdat PRA in andere rassen recessief is, geldt dat waarschijnlijk ook voor Aussies. Honden met deze afwijkingen mogen niet gebruikt worden voor de fok.
Een woord van waarschuwing wat betreft een diagnose van PRA in Aussies—als de hond met de afwijking een actieve werkhond is kan de netvlies beschadiging veroorzaakt zijn door een klap op de kop. De hond moet onderzocht worden door een oogarts die bekend is met traumatische netvliesbeschadigingen.
Jonge Aussies worden nagekeken op afwijkingen zoals CEA en MPP. Het is belangrijk dat alle Aussie pups vroeg bekeken worden omdat CEA gemaskeerd kan worden ( go normal ). Deze honden zijn niet genezen, ze hebben een choroidale hypoplasie welke niet gezien wordt omdat ze op een paar weken leeftijd pigment ontwikkelen achter in het oog. Hoe vroeger je de ogen na laat kijken hoe beter. Zelfs 8 tot 10 weken oud kan te laat zijn. “Go Normals” hebben 2 CEA genen en dus 1 doorgeven aan hun nakomelingen waneer ermee gefokt word.
Vertaald door Anneke de Jong
|