Home About ASHGI, Inc. Genetics Information Current Research Recommended Reading Links

Aussie Genetics Fact Sheet: Persisterende Ductus Arteriosis (PDA)  

by C.A. Sharp

Persisterende Ductus arteriosis ( PDA) en de gerelateerde maar minder ernstige vorm, ductus diverticulum, zijn aangeboren erfelijke hart afwijkingen: de restanten van een foetale shunt die niet verdwijnt. De functie van de shunt voor de geboorte ,is om de longen te omzeilen. Het is immers niet nodig voor het bloed van een ongeboren dier door de longen te circuleren om aan zuurstof te komen,omdat de zuurstof van de moeder komt. Als het dier eenmaal geboren is moet het wel ademhalen om zuurstof te krijgen, de ductus arteriosis verdwijnt en het bloed moet dan door de longen passeren.

Bij ductus diverticulum blijft de shunt bestaan maar is afgesloten en bevat geen bloed, zodat het bloed genoeg zuurstof krijgt. Maar bij PDA is er een gedeelte van het bloed wat nog steeds de longen omzeilt, wat resulteert in een slechte zuurstof voorziening .Afhankelijk van hoeveel bloed bij de longen langs gaat kan de conditie variëren van mild tot fataal.

PDA kan gemakkelijk opgespoord worden bij jonge pups omdat het een hart ruis veroorzaakt. Om deze reden moet elke Australische herder pup op jonge leeftijd nagekeken worden op een ruis ( het beste voordat het de fokker verlaat) Niet elke ruis is een teken van PDA en sommige zijn niet noemenswaardig en gaan weg. Als er bij een pup een ruis word waargenomen, moet het enkele maanden later nog eens nagekeken worden. Als de ruis nog niet weg is wanneer de hond 6 maanden is of als de hond andere symptomen van een hart probleem laat zien, moet hij nader onderzocht worden om de oorzaak te achterhalen.

De mate van erfelijkheid voor PDA is onbekend, maar waarschijnlijk polygeen ( meerdere genen bij betrokken ) Als een hond gediagnosticeerd is met PDA, moet de combinatie die het veroorzaakt heeft niet weer gedaan worden. Geen van de ouders nog een van de pups die hieruit voort gekomen zijn moeten gekruist worden met elkaar of met nabije familie leden.
Als een van de ouders nog een geval van PDA voort brengt, vooral met een partner die geen familie van hem zelf is of niet met dezelfde partner waarmee hij voorheen PDA mee produceerde, zou er niet meer mee gefokt moeten worden. Door de zeer waarschijnlijk fatale afloop van dit defect, als een kruising meerdere nakomelingen met deze aandoening produceert, zouden de ouders en de gezonde nestgenoten niet voor de fok gebruikt moeten worden.

Vertaald door Anneke de Jong