Aussie Genetics Fact Sheet: Slechte beet en ontbrekende elementen
by C.A. Sharp
Australische herders hebben een variëteit aan problemen met betrekking tot het gebit en de kaak structuur. Ze zijn waarschijnlijk allemaal polygeen. Er is niet 1 genetisch gerelateerd aan de ander. Er is geen enkele “slechte beet” gen. De problemen die we zien in Aussies zijn als volgt:
-
- Onderbeet:
- De onderkaak komt voor de boven kaak, wat resulteert in beetanomalie
Overbeet: De onder kaak komt niet genoeg naar voren in verhouding met de bovenkaak, wat resulteert in een beetanomalie.
- Scheef:
- de ene kant van de kaak is langer gegroeid dan de andere kant, met als resultaat een beetanomalie van de tanden voor de kaak.
- Voor kruisbeet:
- Enkele, maar niet alle, onder snijtanden reiken voor de boven snijtanden, maar alle andere tanden staan goed.
- Missende/ extra elementen:
- Honden missen 1 of meerdere kiezen, meestal een premolaar. Soms is er een extra premolaar of molaar.
- Lagere centrale snijtanden:
- De 2 midden onder snijtanden zijn kleiner dan de anderen. Soms tippen ze iets naar voren waarbij ze, van de zijkant gezien, de illusie geven dat er een iets gelijk of onder beet is.
-
Deze afwijkingen, behalve scheef gebit en voor-kruisbeet, zijn vrij normaal. Missende tanden kwamen 25 jaar geleden niet veel voor, maar is tegenwoordig een veel voorkomend probleem, meestal in showlijnen, dankzij de vele fokkers die geen acht sloegen op dit probleem. Deze problemen zijn polygeen, het resultaat van meerdere genen. Daardoor is het vrij moeilijk, of bijna onmogelijk om van dit probleem af te komen. Maar fokkers kunnen wel het voorkomen bepalen.
Een hond met een over of onder beet of scheef gebit zouden niet voor de fok gebruikt mogen worden. Als een hond zonder dit probleem meerdere nakomelingen produceert met dit probleem, vooral bij verschillende partners, zou er overwogen moeten worden om deze hond niet meer in te zetten voor de fok. Er moet niet een zelfde dekking worden gedaan die voor slechte nakomelingen zorgde. De ouders en nestgenoten ( volledig of half ) van afwijkende dieren zouden niet gekruist moeten worden met naaste familie leden alleen met families waarvan bekent is dat dit probleem niet voorkomt.
Missende / extra kiezen is functioneel gezien geen probleem. Een goede of excellente hond zou niet uitgesloten moeten worden op basis van 1 of 2 missende kiezen. Maar als er meer missen of extra zijn kan de fout serieus worden. Honden met meerdere missende kiezen zouden waarschijnlijk niet ingezet mogen worden voor de fok. Een reu met meerdere missende tanden mag nooit een populaire dekreu worden. Fokadvies voor niet afwijkende ouders en familie leden van de hond met missende tanden is hetzelfde als bij kaak afwijkingen ( zie boven )
Kleinere snijtanden en voor-kruisbeten zijn het minst problematisch vanuit functioneel oogpunt gezien. Kleinere snijtanden worden ook gezien bij wolven, maar nooit zo extreem als bij Aussies. Als een dier kleinere snijtanden heeft of een voor – kruisbeet paar het dan niet met familieleden, maar alleen met partners die hier geen last van hebben en wiens naaste familie dit ook niet heeft.
Vertaald door Anneke de Jong
|