Aussie Genetics Fact Sheet: Schildklier afwijkingen
by C.A. Sharp
Schildklierafwijkingen, vooral auto-immuun schildklierafwijkingen, komen steeds meer voor bij honden, ook bij Australische herders. Toename van gewicht, huid problemen en de neiging warmte op te zoeken zijn de meest voorkomende verschijnselen, maar deze verschijnselen treden ook op bij andere afwijkingen Daarom is er een uitgebreid onderzoek nodig door een dierenarts.
De ziekte begint zo vaak voor te komen bij Australische herders dat eigenlijk alle fokdieren getest zouden moeten worden. Het screenen van de schildklier is niet zo eenvoudig als het maken van heupfotos of een ogentest. Een enkelvoudige test is niet voldoende. Net als de verschijnselen van de ziekte kunnen ook de test uitslagen variëren. Als een dier ziek is ( van iets anders dan van een schildklieraandoening ) gewond, drachtig of loops, dan kan dit de test resultaten beïnvloeden. Het is heel goed mogelijk om een klinisch normale hond te hebben met een abnormale test uitslag en andersom.
Een groep experts van deze ziekte op UC Davis concludeerden in 1997 dat om de meest gebruikbare resultaten te krijgen de volgende zaken gemeten moeten worden:
- totaal T4
- het vrije T4 gemeten door equilibrium dialyse
- Thyrogobulin autoantibodies
- Canine thyroid stimulatie hormoon
Als de resultaten normaal zijn en de hond heeft geen klinische verschijnselen of familie geschiedenis van schildklier afwijkingen, is hij waarschijnlijk vrij van de ziekte en kan ermee gefokt worden.
Als de test resultaten bij een gezonde hond normaal zijn, maar hij heeft familie met een schildklier afwijking zou hij jaarlijks getest moeten worden.
Een klinisch normale hond met abnormale uitslagen zou na 6 maanden nog eens getest moeten worden. Er zou niet mee gefokt mogen worden in de tussenperiode en als het continue abnormale uitslagen heeft, zou hij helemaal niet voor de fok gebruikt moeten worden.
Een hond met klinische verschijnselen maar welke normalen testuitslagen heeft, zou na 2-6 maanden nog eens getest moeten worden. Er zou niet mee gefokt mogen worden totdat het klinisch normaal is en normale uitslagen heeft.
Er zou niet gefokt mogen worden met klinisch aangetaste dieren met abnormale uitslagen.
Vertaald door Anneke de Jong
|