Elleboog dysplasie

Herzien april 2014

 

Elleboogdysplasie ( ED ) is niet een eenzijdige aandoening, maar eerder een aantal gerelateerde afwijkingen welke gegroepeerd worden in de term “Elleboog dysplasie”.  Als jou hond de diagnose ED heeft gekregen, kan het Los Processus Coronoïdeus (LPC) hebben, Los Processus Anconeus (LPA), of Osteochondritis Dissecans (OCD).  Sommige honden met de diagnose incomplete ossificatie van de humeruscondyl of ook wel incongruentie van de elleboog, hebben elleboog dysplasie.  De aandoening begint wanneer de uit kraakbeen bestaande groeischijf aan de elleboog kant van het opperarmbeen, niet verbeent  bij volwassenheid.  Dit specifieke probleem komt vooral voor bij Spaniels en is waarschijnlijk geen probleem voor Aussie fokkers. Het kan voorkomen in één of beide ellebogen. Honden met zware botten en pups welke snel groeien zullen eerder deze aandoening krijgen dan honden met gemiddeld of lichtere botten, of honden die minder snel groeien.

OCD, LPC en LPA lijden allemaal naar stijfheid, verkrampte gang of kreupelheid, normaliter wanneer de hond nog geen jaar oud is en soms al op de leeftijd van 4 maanden.  Het beschadigde gewricht is gezwollen en pijnlijk. Er kan een atrofie ( afname van) omliggende spieren zijn.  Bij sommige honden is het niet waarneembaar. De enige zekere manier om de diagnose elleboogdysplasie te geven is met röntgenfoto’s.  Als er op de röntgenfoto nog geen reden gevonden kan worden voor kreupelheid kan het nodig zijn een MRI of kijkoperatie te doen. Het hebben van elleboogdysplasie is een risicofactor voor het tevens hebben van heupdysplasie; hoe ernstiger de aandoening, hoe hoger het risico.

OFA beoordeeld een gebogen gewricht. Europese registers gebruiken 2 beoordelingen, 1 gebogen en 1 gestrekt, omdat ze vinden dat een aandoening gemist kan worden met slechts een enkele beoordeling.

Bij honden met symptomen zal het gewricht degenereren, met als gevolg een verminderde mobiliteit en chronische pijn.  Een vroege operatie samen met gewichtsafname en beperkte beweging word geadviseerd. Medicijnen kunnen nodig zijn. Het komt ook meer voor dan mensen denken. 4% van de honden in ASHGI’s 2009-10 gezondheidsstudie hadden de aandoening.  ED is niet serieus genomen in het ras, ook al kan het net zo vaak voorkomen als heup dysplasie. De Canine Health Information Center noemt het als 1 van de verplichte testen voor ons ras.

De erfelijkheid van elleboog dysplasie is complex en er zijn geen specifieke genen voor aan te wijzen. Het is mogelijk dat alle ED defecten erfelijk zijn. Daarnaast blijkt dat de frequentie van de connectie met OCD/LCP in een aanzienlijk aantal gevallen gerelateerd is. Van OCD word ook gedacht dat het dezelfde aandoening is, onafhankelijk van het gewricht waarin het voorkomt. Daarom zouden fokkers schouder OCD in gedachten moeten houden in relatie tot ED, totdat de wetenschap ons meer genetische informatie kan geven.  De aandoeningen komen meest voor in grote honden met zware botten of in snelgroeiende rassen. Het is dus mogelijk dat de aandoening tot op zekere hoogte secundair is tot lichaamsomvang ( welke op zichzelf erfelijk is) maar niet alle honden met ED passen in dit profiel.

Alle Aussies welke gebruikt worden voor de fok zouden hun ellebogen getest moeten hebben. Honden met de aandoening moet niet mee gefokt worden. Ouders en nestgenoten ( volledige en halfnestgenoten) zouden niet gekruist moeten worden met honden waarbij ED dichtbij in de stamboom zit of met honden waarbij ED in de familie zit.  Ook iets om over na te denken is de bouw van de hond. Snelgroeiende honden, grote honden met zware botten voor een Aussie hebben meer kans om OCD  in de elleboog of de schouder te krijgen. Als jou honden deze eigenschappen hebben zou je daar van weg willen selecteren.

 Vertaald door Anneke de Jong, herzien door Evelein Tewes