Wel of niet?

MDR1 en fokken

Door C.A. Sharp, vertaald door N.Hoorneman

Sept. 2013

 

Moeten honden met twee kopieën van de MDR1 mutatie ingezet worden voor de fokkerij? En hoe zit het met honden met één kopie? Dit zijn vragen waar veel fokkers mee worstelen. In sommige landen is er regelgeving met betrekking tot MDR1 ingevoerd waar fokkers zich aan moeten houden. Andere landen overwegen zulke regelgeving. Wat is een redelijke manier om met deze mutatie om te gaan in de verschillende rassen?

De MDR1 mutatie moet in perspectief worden gezien. Het is een mutatie die reacties op bepaalde medicijnen kan veroorzaken ongeacht of de hond één of twee kopieën van de mutatie heeft; de honden met maar één kopie reageren pas bij een hogere dosis dan de honden met twee kopieën.

Reacties op medicijnen zijn niet ongebruikelijk. Elk medicijn heeft zijn grenzen die definiëren welke dosis effectief is om een ziekte te bestrijden en vanaf welke dosis er ongewenste bijwerkingen op kunnen treden. In chemotherapie is er een overlap tussen de doseringen die ‘precies genoeg’ zijn of ‘teveel’; de effectieve dosis zal bijwerkingen opleveren en soms hele ernstige.  Maar als de ziekte zonder behandeling fataal zal zijn, zoals met veel vormen van kanker, is het waarschijnlijk de beste keuze om de bijwerkingen – zelfs met het risico op een mogelijk fatale afloop – te ondergaan. Het is bekend dat sommige individuen minder goed reageren op sommige medicijnen als andere, deze reactie kan komen doordat het medicijn niet doet wat het zou moeten doen, of dat het individu bijwerkingen ervaart die de meerderheid van de gebruikers niet krijgt. Veel van deze verschillen in medicijn reacties hebben een genetische oorsprong. Het MDR1 gen is één van de genen die een reactie kan veroorzaken, zoals de volledige naam ook impliceert: Multi Drug Resistance 1. Er zijn waarschijnlijk veel en veel meer genen die reacties kunnen veroorzaken op bepaalde medicijnen, maar we weten nog niet welke dat zijn.

Het hebben van de MDR1 mutatie is een probleem, als je niet weet dat het er is. Als een hond met zelfs maar één kopie van de mutatie teveel van een bepaalde stof of medicijn krijgt, kan het het dier erg ziek maken of zelfs doden. Maar honden hebben al millennia lang zonder deze medicijnen overleefd en op zijn minst gedurende een eeuw – voor de ontwikkeling van de meeste van onze moderne medicijnen en geneeskunde – hebben honden overleefd met de MDR1 mutatie. In wilde dieren, die niet naar een dierenarts gaan, heeft deze mutatie totaal geen effect.

De ontdekking van deze mutatie is een zegen voor de diergeneeskunde: Voor sommige medicijnen kan een dierenarts nu vooraf al weten dat er een slechte reactie op zou kunnen komen en daarom kan hij/zij ervoor kiezen om een ander medicijn te gebruiken. Voor een aantal medicijnen bestaat deze mogelijkheid niet. Geen enkele hond zal onbehandeld blijven vanwege de MDR1 mutatie; het is een kwestie van de behandeling aanpassen op de individuele hond, iets waar momenteel veel aandacht voor is in de humane geneeskunde.

De MDR1 mutatie is ongewenst, maar zo lang als testen in de betroffen rassen standaard is en eigenaren een aantal basis voorzorgsmaatregelen treffen, hoeft er nooit een hond te sterven aan een overreactie op een medicijn wat op de MDR1 lijst staat, omdat de dierenarts niet wist dat het risico er was. Dat kunnen we voor de meeste medicijnen niet zeggen! Voor de meeste rassen en kruisingen kunnen we alleen maar de gok nemen als ze medicatie krijgen, omdat ze geen vergelijkbare test hebben voor welk gen dan ook wat in hun ras reacties veroorzaakt.

Dus, wat zou het fokbeleid moeten zijn? Deze mutatie is een fout; het kan ernstige gevolgen hebben als er niet zorgvuldig mee om gegaan wordt. Het is ook een extreem veel voorkomende mutatie in sommige rassen. In het geval van de Australian Shepherd heeft ruim de helft van het ras minstens één kopie van de mutatie. Je kan niet de helft van de populatie uitsluiten van de fokkerij zonder ernstige consequenties voor de genenpool. Als je lokale wetgeving of club het toestaat, kruis dan honden met twee mutaties alleen met vrije partners; puppies met maar één mutatie hebben een veel lagere kans op reacties. Honden met één mutatie zouden in het ideale geval ook gekruist moeten worden met vrije honden, maar in rassen waar de mutatie zo vaak voorkomt zal dit lastig zijn om te doen. Het kan ook lastig zijn als de raspopulatie in jouw land klein is. Het maken van fokkerij beslissingen gebaseerd op de status van één gen boven alle anderen riskeert alleen maar dat andere dingen, waaronder gezondheidsproblemen waarvoor nog geen genetische testen beschikbaar zijn, een groter probleem worden.

Echter, als honden met een enkele mutatie worden ingezet voor de fokkerij, of dat nou onderling is of met een vrij geteste hond, zouden alle nakomelingen getest moeten worden en voorkeur gegeven worden aan de beste van de vrije pups om te behouden of mee verder te gaan in de fokkerij. Op de lange termijn kan de prevalentie van deze mutatie significant worden terug gedrongen, maar dit moet in een aantal generaties gedaan worden en niet over één nacht ijs. Hierdoor worden er geen grotere problemen gecreëerd  met ernstige ziektes die complex van vererving zijn.

De MDR1 mutatie moet niet genegeerd worden. In rassen waar de prevalentie hoog is (Australian Shepherds, Miniature American/Australian Shepherds, Collies, Langharige Whippets, McNabbs, en Silken Windhounds), zou elke hond van dit ras of van een kruising met dit ras getest moeten worden, zodat zijn/haar status bekend is. De test resultaten zouden gedeeld moeten worden met elke dierenarts die het dier ooit behandeld. De potentiële effecten van deze mutatie kunnen volledig voorkomen worden door verantwoordelijk handelen van de eigenaren en dierenartsen. Verantwoordelijke fokkers kunnen de prevalentie van de mutatie verminderen zonder kwalitatief hoge dieren uit te sluiten. Dat kan niet gezegd worden over verschillende vormen kanker, immuun-gerelateerde ziektes, en zelfs zaken zoals heup- en elleboog dysplasie, die allemaal een genetische basis hebben, waar geen DNA testen voor beschikbaar zijn, en die ellende of zelfs sterfte kunnen veroorzaken voor zowel rashonden als kruisingen.